Press "Enter" to skip to content

De bever in Noord-Limburg, kostbaar maar wonderschoon

Voor veel natuurliefhebbers is het een unicum om een bever in het wild aan te treffen. Het grootste knaagdier van Europa wordt door velen als een prachtig beest gezien. Maar de bever heeft ook een keerzijde aan zijn medaille. Het beest kan enorm veel schade veroorzaken. De redactie ging op beverpad met Waterschap Limburg om te zien wat deze knaagdieren kunnen veroorzaken.

“Bevers zijn prachtige beesten”, zegt Wilmar Swinkels, coördinator muskes- en beverrattenbestrijding bij Waterschap Limburg. “Het is ongekend wat deze knaagdieren kunnen bouwen.” De locatie die Waterschap Limburg heeft uitgezocht voor de bevertocht is het gebied De Meulebeek in Lottum, grenzend aan de Maas. De Maas ligt nog geen 100 meter van het gebied. Dat bij De Meulebeek veel bevers leven is niet gek, zegt Swinkels. “De Maas wordt eigenlijk als een soort snelweg gebruikt door de bevers. Ze verplaatsen zich onder andere via rivieren naar andere gebieden.”

Bewapend met een winterjas en grote beeklaarzen vervolgt de tocht door het drassige gebied. Na zo’n 200 meter zijn meteen al sporen te zien van de bever. “Kijk, wat prachtig”, zegt Swinkels. “Een bever heeft hier een flinke dam gebouwd zoals je kunt zien.” Swinkels gaat naast de dam staan om te laten zien hoe groot de dam is. “Het is echt uitzonderlijk wat een bever kan bouwen. Door deze gebouwde dam stroomt het water amper nog door de oorspronkelijke beek. Als hier niets aan wordt gedaan, betekent dat op langere termijn de beek langzaam verdwijnt.” De dam ziet er inderdaad indrukwekkend uit en komt tot boven het hoofd van Swinkels. “Dit soort dammen kunnen op andere plekken ook voor veel overlast zorgen”, zegt Swinkels. “Zo een dam kan enorme hoeveelheden water opstuwen. Daardoor kunnen (agrarische) percelen onder water komen te staan. Met veel schade tot gevolg.” Een beverdam brengt ook positieve effecten met zich mee. “Denk aan het water vasthouden in tijd van droogte. En er ontstaan nieuwe leefgebieden voor allerlei soorten amfibieën: kikkers, salamanders, libellen en ga zo maar door. Aan de andere kant kan er soms ook kostbare natuur door vernatting van de bever verdwijnen. Op de ene plek knelt de aanwezigheid van de bever dus, op de andere plek is het een verrijking.”

De afgelopen jaren heeft de bever in Limburg al voor verschillende zwaarwegende situaties gezorgd. Joost Oude Hengel, woordvoerder bij Waterschap Limburg, heeft ook de beeklaarzen aangetrokken en is mee op pad. Doordat de populatie bevers nog steeds groeit, nemen de overlastmeldingen en schades ook toe. Volgens Oude Hengel houdt de bever niet alleen het waterschap flink bezig. “Steeds meer partijen ervaren overlast en maken kosten door de bever. Denk aan weg- en spoorbeheerders, Rijkswaterstaat, particulieren en gemeenten. Zo heeft de bever onlangs onder en naast de Helenaveenseweg in Evertsoord flinke schade veroorzaakt.” Oude Hengel: “Bij werkzaamheden aan het bepalende kanaal kwamen na het verlagen van het waterpeil meer dan honderd oeverholen tevoorschijn. Deze holen en gangen zorgden voor breuken in de waterleiding en verzakkingen in de weg. Levensgevaarlijk en ook nog eens een enorme kostenpost.” De gemeente Horst aan de Maas schatte de kosten op uiteindelijk 600.000 euro. “Dat zijn enorme bedragen”, zegt Oude Hengel.

Het beverprobleem zit vooral in de omvang van de beverpopulatie, geeft Swinkels aan. Jaren geleden waren de knaagdieren in Noord-Limburg amper te vinden. Via de natuurlijke weg en door een uitzetprogramma van de provincie Limburg, kwamen er enkele bevers in Limburg. “De bever heeft zich hier aardig gesetteld en voor een flinke populatie gezorgd”, zegt Oude Hengel. “Een compliment voor de waterkwaliteit en het waterschap dus, maar op dit moment zijn het er eigenlijk teveel.” De problemen zitten vooral op gebied van ondergravingen door de bever, zegt Oude Hengel. “We hebben in Limburg meer dan 3.000 kilometer watergang in Limburg waar we geregeld met materiaal langsgaan voor beheer en onderhoud. Veel van die onderhoudspaden worden bovendien veelvuldig gebruikt voor recreatie. Denk aan wandelaars, ruiters of mountainbikers. De oeverholen en gangen van bevers zorgen echter voor gevaarlijke situaties. Het komt vaak voor dat ons materiaal wegzakt in een beverhol. Dit zijn extreem gevaarlijke situaties. Ook voor wandelaars, want je zou maar over zo’n beverhol lopen en je zakt er ineens in.” Het waterschap heeft verschillende opties om deze problemen te verhelpen. “Onze medewerkers hebben allemaal hun eigen rondje om te controleren waar de beesten zitten en of ze mogelijk holen of dammen hebben gebouwd. Via een speciale app houden we alles bij. We kunnen het bevergebied minder aantrekkelijk maken door bijvoorbeeld de dammen te verlagen of bosschages terug te snoeien waardoor er minder voedsel voor ze is. Maar als verschillende maatregelen die we met de provincie hebben afgesproken in een zogenaamde escalatieladder niet werken, dan zijn er situaties waardoor we bevers moeten afschieten.”

Iets verderop in het natuurgebied treffen de heren een beverburcht aan. “Hier verblijven de knaagdieren”, zegt Swinkels. “Het ziet er nu uit als een flinke hoop met takken en gras, maar onder deze burcht zitten allemaal gangenstelsels.” Een goed voorbeeld van een beverhol, vindt Swinkels al snel naast de burcht. “Hier zie je een hol. Als een boer met een tractor hier overheen rijdt, kan het zijn dat de tractor door het hol zakt en omvalt. Dan heb je een groot probleem. Vanuit je cabine is dat haast niet te zien, we zijn nu bezig met experimenten om door middel van een grondradar in kaart te brengen hoe zeer de gronden langs onze werkpaden ondergraven zijn.” Ook in de beek die grenst aan de beverburcht zijn de gevolgen van het knaagdier goed te zien (AFBEELDING 4). “Voorheen was dit maar een kleine beek”, zegt Swinkels. “De bever stuwt door zijn dam de beek steeds verder op, met als gevolg dat bomen onder water komen te staan. Op lange termijn gaan de bomen dan dood. Dat is hier ook al goed te zien.”

Oude Hengel noemt nog een aantal schadevoorbeelden die bevers hebben veroorzaakt in de buurt. “Van een vakantiepark waar tussen de vakantiehuisjes een aantal bomen half omgeknaagd waren tot meldingen van oeverholen en knaagschade bij particulieren en tuinders. Soms verdwijnen in één nacht rijtjes oude beeldbepalende knotwilgen. Dat is niet direct een gevaarlijke situatie, maar mensen vinden het vaak zonde van de bomen die zo mooi het landschap bepalen. Omdat er zoveel zijn, wordt het leefgebied van de bever steeds uitgebreid en trekken de beesten steeds meer naar de bewoonde wereld. De bever is ook in dorpen en steden te vinden. In natuurgebieden, waar bijna niemand woont, hebben mensen er geen problemen mee. Maar als een bever ineens aan bomen in tuinen begint te knagen dan is het een stuk minder leuk.” Voor de beverproblematiek geldt dus eigenlijk hetzelfde bekende fenomeen als bij de aanleg van zonneparken en windmolens: ‘Not In My Backyard’.

Swinkels en Oude Hengel benadrukken dat de problemen zich vooral voordoen op de plekken waar je liever geen bevers wilt hebben: bij dijken en bebouwd gebied. “De populatie is te sterk gegroeid”, zegt Swinkels. “Als we niets doen, dan lopen de kosten voor het waterschap, gemeentes en anderen enorm op en zorgen de knaagdieren voor gevaarlijke situaties.” Provincie Limburg is momenteel bezig met de evaluatie van het faunabeheerplan waarin ook de beverproblematiek in Limburg wordt meegenomen. De verwachting is dat het plan eind 2021 door de provincie Limburg wordt opgeleverd.

Blerickse Krant is een gratis uitgave van Kempen Media b.v. en verschijnt tweewekelijks in de even weken.